Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Selecteer een pagina

In principe was het vrij onderhandelbaar of de koper en/of de verkoper de makelaarskosten voor zijn rekening nam. In het merendeel van de gevallen betaalde de koper dit. Dat was in de praktijk zo ontstaan en had zo zijn voordelen.
Zeer waarschijnlijk wordt dat per eind 2020/begin 2021 drastisch anders.

De nieuwe wet voorziet in het volgende:
– als de verkoper een overeenkomst met de makelaar heeft gesloten, kan de provisie niet meer voor 100% bij de koper in rekening gebracht worden. Ieder draagt dan de helft. De koper hoeft alleen zijn deel te betalen als de verkoper bewijst dat hij ook zijn helft betaald heeft.
– “De gratis-makelaar” is er voor de verkoper straks niet meer bij.
– Het blijft uiteraard wel mogelijk om als kopende partij een makelaar opdracht te geven om een huis te zoeken. De kosten komen dan helemaal voor rekening van de koper.
– De makelaarsovereenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd; via email mag ook.
– De nieuwe wet geldt alleen voor (ver)koop. Voor verhuurbemiddeling verandert er niets: diegene die de makelaar een opdracht geeft (meestal: de verhuurder) betaalt de volledige provisie.
– De regeling geldt niet voor zakelijke kopers en verkopers.
– De wet moet nog door de Bundesrat worden goedgekeurd en ingangsdatum wordt waarschijnlijk 1 januari 2021.
– Contracten van vóór die tijd blijven nog onder de oude regelingen vallen.

Commentaar onzerzijds
– De regering beoogt hiermee om kopers te ontzien. Kennelijk zijn ze vergeten dat in de afgelopen 10 jaar in de meeste deelstaten de overdrachtsbelasting bijna verdubbeld is.
– Zeker Nederlanders zullen het logisch vinden om de opdrachtgever (meestal dus de verkoper) de provisie te laten betalen. De koper is dan voordeliger uit. Schijn bedriegt echter. De verkoper houdt er rekening mee en neemt nu niet meer genoegen met € 100.000, maar wil € 103.500. Over die extra € 3.500 moet nu extra overdrachtsbelasting, notariskosten en leges worden betaald.
– Onduidelijk is nog hoe de zgn “Gemeinschaftsgeschäfte” (collegiale verkopen) geregeld kunnen worden.
– De toch al veel te sterke positie van de banken wordt door deze wetgeving nog verder verstrekt ten opzichte van de vrije makelaars. Immers hebben zij inzicht in de financiële positie van de verkoper. Zij kunnen gemakkelijker een oplossing vinden als de verkoper de te verwachten provisie niet kan betalen (b.v. verrekenen met de financierings-afdeling).
– In de oude situatie was de kredietwaardigheid van de verkopende partij van geen belang voor de makelaar. Nu ontstaat de situatie dat als achteraf blijkt dat de verkoper zijn deel van de provisie niet kan betalen (of “wil betalen”, denk aan vertrokken met onbekende bestemming), hij ook nog de kopersprovisie misloopt. Op de één of andere manier zal de makelaar dit willen voorkomen of afwentelen (bureaucratische procedures of hogere tarieven).
– De contractvrijheid tussen makelaar en consument wordt verder ingeperkt. Maatgesneden contracten worden moeilijker gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan: provisie afhankelijk van het resultaat (snelheid of prijs), advertentiekosten apart in rekening brengen.
– Er bestaat meer kans op juridisch geharrewar: betaalt de ene partij zijn deel van de provisie als de andere partij zijn deel niet betaalt doordat de makelaar een procedurefout heeft gemaakt? Een kopende klant van makelaar X die een pand van verkopende makelaar Y aankoopt: betaalt de koper de volle provisie aan X en ook nog de helft aan Y?
Conclusie: de consument is niet bij deze oplossing gebaat, ook niet als kopende partij.

Delen: